Tips om mountainbiken nog leuker te maken

Mountainbiken is meer dan hard door het bos fietsen. Techniek bepaalt voor een groot deel het fietsplezier, mountainbiken wordt leuker als je de juiste technische vaardigheden hebt. Mountainbikeroutes worden steeds uitdagender met drop-offs, off-camberbochten en steile afdalingen bezaaid met wortels en stenen. Als het goed gaat, zorgt dit voor een adrenaline kick en een grote glimlach op het gezicht. Kortom een goede mountainbiketechniek zorgt voor meer fietsplezier!

 

1. Stel je fiets goed af!

De belangrijkste tip is het goed afstellen van de mountainbike. De zithouding moet comfortabel en actief zijn. Daarbij moet je je prettig op de fiets voelen. In deze blog staat beschreven hoe je je mountainbike afstelt.

Naast deze afstelling is het bij de mountainbike belangrijk hoe je cockpit (stuur) is ingericht. Het is belangrijk om snel te kunnen remmen en te schakelen. De remhendel zet je in het verlengde van de ellenboog, pols, stuur en wijsvinger. Op een mountainbike wordt alleen geremd met de wijsvinger, hierdoor kan het stuur met de overige vingers goed worden vast gehouden.
De shifter moet gemonteerd worden zodat met de duim en/of de wijsvinger geschakeld kan worden. Het is belangrijk dat de shifter niet in de weg zit bij het vast houden van het stuur. De hoek waarin de shifter staat, is voor iedereen persoonlijk. Dit is het beste af te stellen door verschillende hoeken te proberen. De fiets staat nu goed afgesteld: tijd om te gaan rijden!

2. Actieve houding

De actieve houding is de basis bij het nemen van hindernissen. Het doel van deze houding is om snel te anticiperen op obstakels. Vanuit deze houding kun je alles doen: snel remmen, scherp sturen, over wortels rijden en zelfs springen. Hoe ziet deze houding eruit? Je komt uit het zadel en houdt de pedalen horizontaal. Je knieën zijn licht gebogen en je buigt je ellebogen, waardoor je zwaartepunt lager komt. De wijsvingers zitten om de remhendel. Je kijkt zo ver als mogelijk door de bocht of de afdaling heen.

3. Klimmen met een mountainbike

Mountainbiken bestaat voor een groot gedeelte uit klimmen. Want wie wil dalen, moet eerst omhoog! In Nederland zijn de meeste klimmen niet erg lang, maar het is belangrijk om jezelf niet te overschatten. De eerste tip is: schakel voor het obstakel! Het is bijna onmogelijk om te schakelen terwijl je heel hard trapt, zorg daarom dat je voor een steil stuk al de juiste versnelling kiest. De tweede tip heeft te maken met de positie op de mountainbike. Ga op het voorste puntje van je zadel zitten en duw je ellebogen omlaag. Hierdoor heb je de beste grip en kun je het beste je kracht kwijt.

Net als bij tip 2 is het belangrijk om vooruit te kijken. Je ziet obstakels en je kunt juiste `lijn` kiezen. Doordat je ver voor je uit kijkt, behoud je makkelijker je uitgestippelde lijn.

4. Afdalen, afremmen en drop-offs

Eenmaal boven begint het feest: afdalen! Toch is het voor de meeste beginners erg spannend. Daarom wat tips voor iedere mountainbiker om veilig en met plezier af te dalen. Allereerst begin je de afdaling in de actieve houding en kijk je zo ver als je kan vooruit. Zorg dat je zelf de controle houdt over de snelheid. Met mountainbiken rem je voor 80% met je voorrem en het overige rem je met de achterrem. Op het steilste stuk breng je je gewicht zo ver als je kan naar achteren. Dit doe je door je armen te strekken en met je benen achter je zadel te hangen. Je drukt als het ware je voorwiel naar beneden. Als je fiets een dropper heeft, laat dan het zadel zakken, dan is het nog eenvoudiger om achter je zadel te hangen.
Deze tip geldt ook voor een drop-off. Dit is een soort stoeprand waar je af moet, maar kan met mountainbiken wel een meter hoog zijn.

5. Bochtentechniek op een mountainbike

Op de Nederlandse parcoursen zijn er tal van verschillende bochten. Bochten op het vlakken, bochten in de afdaling, kom-bochten en soms off-camber bochten. Voor alle bochten geldt: kijk voor vooruit en stippel voor jou de ideale lijn uit.
Op het vlakke en bergop is het belangrijk om door te trappen, hierdoor houd je tractie en daarmee ook grip met beide wielen.
Bergaf en met hoge snelheden is het belangrijk om voor de bocht de juiste snelheid te hebben. Het liefst rem je voor de bocht af en rem je niet meer in de bocht. Op deze manier heb je de beste grip en de meeste snelheid als je uit de bocht komt.

De positie op de fiets is staand, ellebogen gebogen en met het been in de buitenbocht naar beneden. Hierdoor heb je het zwaarte punt recht boven de fiets. Vooral bij off-camber bochten is dit belangrijk.

6. Springen met een mountainbike

Springen is niet alleen leuk, maar kan ook heel functioneel zijn. Zo kun je snel over boomwortels, stenen en andere obstakels heen springen, zonder controle of veel snelheid te verliezen. Om te beginnen kun je alleen je voorwiel optillen. Dit kun je doen vanuit de actieve houding, je buigt je elleboog komt met je gewicht naar voren. Van daaruit strek je je elleboog en gaat je gewicht naar achteren. Op dit moment  komt je voorwiel los van de grond en kun je over het obstakel. Als je voorwiel over het obstakel heen is, wip je het achtwiel omhoog. Dit doe je door je gewicht weer wat naar voren te brengen en met je voeten aan je pedaal te trekken. Bij het landen buig je je knieën en je elleboog en eindig je dus in de actieve houding: Klaar voor de volgende uitdaging!

0 Comments

  1. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Quis ipsum suspendisse ultrices gravida. Risus commodo viverra maecenas accumsan lacus vel facilisis.

    1. Cras maximus ultricies volutpat. Praesent ut enim non enim vulputate fringilla.

  2. Cras maximus ultricies volutpat. Praesent ut enim non enim vulputate fringilla.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *